Door: René van Dam

2019 begon voor ASV LEBO met een domper. In de bekerwedstrijd tegen Futsal Apeldoorn leidden de Amsterdammer na twintig minuten met 3-2. Na rust kwam Apeldoorn langszij en bereikte uiteindelijk via strafschoppen de halve finale. ‘Dat was inderdaad een domper’, blikt coach Calvin Blankendal terug. ‘De nationale beker ontbreekt nog in de prijzenkast, dus het zou mooi zijn voor de clubhistorie als we de beker eens winnen.’

Vanaf nu kan LEBO zich volledig op de competitie richten. Halverwege het seizoen staat de ploeg op de zevende plaats, maar een plaats in de play-offs ligt nog binnen handbereik. Vijf punten scheiden LEBO van de vierde plek. Blankendal ziet de tweede competitiehelft met vertrouwen tegemoet.

Hebben jullie je nog versterkt in de winter?

Blankendal: ‘We krijgen er inderdaad een speler bij. Jaouad Essanousi speelde vorig jaar bij Watergras en die hadden we al een tijd op de korrel.’

Waarom staat LEBO momenteel op de zevende plek, en niet op een play-off plek?

Blankendal: ‘Als team waren we in de eerste competitiehelft niet stabiel genoeg. We hadden af en toe goede fases, maar konden het geen hele wedstrijd volhouden. De ene keer gaven we een voorsprong uit handen, de andere keer begonnen we slecht en moesten we in de achtervolging. Ook kampten spelers met hun fysieke gesteldheid. Wat dat betreft kwam de winterstop als geroepen.’

Wat kun je daar als trainer aan doen?

Blankendal: ‘Als trainer ga je terug naar de basis. Je probeert het plezier, de intrinsieke motivatie van de jongens te triggeren. We moeten ons op onszelf richten, in plaats van op de tegenstander.’

De hoop op de play-offs is nog niet opgegeven?

Blankendal: ‘Absoluut niet. Het is sowieso een hele opgave om de play-offs te halen, ook de afgelopen jaren. Maar we hebben het vaker klaargespeeld, een sterke tweede competitiehelft spelen en alsnog de play-offs bereiken. Deze groep kan echt nog stappen maken. Alle spelers hebben de potentie om door te groeien. Van Ike Neil en Noureddine Oulad ben Youssef verwacht ik dat ze in de tweede seizoenshelft de smaakmakers worden. Ik weet dat ze het in zich hebben. Daarnaast zitten we ook in een transitie met de ploeg. Die is jonger dan de afgelopen jaren. LEBO is nu eenmaal een opleidingsclub, geen koopclub. We geven veel jonge jongens de kans. Dat kost tijd. Daarom leggen we ons ook geen grote druk op. Het zijn leerzame ervaringen voor deze jongens.’

Komende vrijdag, 18 januari, hervat ASV LEBO de competitie met een uitwedstrijd bij FC Marlène in Heerhugowaard. De eerstvolgende thuiswedstrijd staat gepland op 25 januari, als ZVV Volendam op bezoek komt in Amsterdam.