OP NAAR DE TOP! Vrouwenvoetbal zit in de lift; ook talentvolle

0

Marokkaans-Nederlandse voetbalmeiden weten de weg naar een club

Artikel in het Parool geschreven door Nynke van Zwol, met de dames van Asv LEBO als voorbeeld!

Op de voorkant van het vorige week verschenen CBS Jaarrapport Integratie 2016 prijkt een meisje in voetbaltenue. Mét hoofddoek. Een islamitisch meisje dat voetbalt, als toonbeeld van geslaagde integratie.

Volgens Agnes Elling, sportsocioloog bij het Mulier Instituut, doen Marokkaanse meisjes vooral aan vechtsport en voetbal, omdat ze met hun broers meekomen. “In die zin integreren ze goed in de Nederlandse samenleving. Er is zeker sprake van een positieve natuurlijke ontwikkeling, hoewel meisjes met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd zijn ondervertegenwoordigd op de sportclubs.” Die vinden het vaak moeilijk om deze meiden te werven en te behouden. Elling: “De belemmeringen die deze meisjes thuis krijgen opgelegd zijn nog niet helemaal weg. Er is expertise nodig over hoe je ze er toch bij kan betrekken. Er zijn bijvoorbeeld prima sporthoofddoekjes die voldoen aan de veiligheidseisen.”

Lieve Kramer, medewerker sportstimulering bij de gemeente Amsterdam, ziet ze al jaren in haar programma Topscore: “In de vijf jaar dat we vrouwenvoetbal aanbieden op middelbare scholen hebben al ontzettend veel Marokkaanse meisjes meegedaan. Aan het eind van het seizoen komen de voetbalclubs langs om te scouten. Dan hopen we dat ze daarnaartoe doorstromen.” Keus genoeg voor de voetbalsters, want niet alleen de grote clubs hebben tegenwoordig meisjesteams. Kramer: “Toen Ajax eenmaal een vrouwenteam had, zag je ze allemaal volgen. Eerst AFC, toen Zeeburgia, Swift, DCG. Goed dat het nu overal kan.”

Ervaring met strenge ouders die hun Marokkaanse dochter verbieden te voetballen heeft Kramer niet. “Wat ik juist zie is dat de vaders én de moeders actief zijn. In vrouwen 1 van ASV Lebo, een zaalvoetbalteam met meiden vanuit Topscore, dragen drie speelsters een hoofddoek. Die voetballen ook gewoon, dat maakt helemaal niks uit.”

‘IK KAN OOK WEL BIJ DE MANNEN, MAAR DAT WIL IK NIET’

Naam Hajar Tahri, 15 jaar Positie centraal middenvelder Club AVV Zeeburgia MO15-1 “Vroeger in Amsterdam-West voetbalde ik op straat met buurjongetjes en -meisjes. En met mijn vader. Op mijn zesde speelde ik al met een meisjesteam in de jongenscompetitie. Ik was de jongste. Ik vond het hard en vet: duwen, slidings, tegen die bal knallen. Op mijn tiende werd ik gescout door de KNVB voor Noord Holland. Voetbal betekent heel veel voor me. Ik ben elke dag op de club, we trainen drie keer per week. Ik maak op school mijn huiswerk, zodat ik thuis snel kan omkleden en eten en meteen hierheen kan komen. Ik wil er echt wat mee bereiken, profvoetballer worden. Ik train nu al elke zondag in Den Haag voor de selectie van het schaduwteam van Jong ADO. Als ik daar wordt opgemerkt kan ik bij Jong ADO zelf spelen. Daarna zit je al in het betaald voetbal. Ik kan ook wel bij de mannen, maar dat wil ik niet. Ik vind vrouwenvoetbal veel leuker, je kunt leukere dingen bespreken met elkaar. Je moet ook een goede band hebben met je team om een goede prestatie neer te zetten. Geloof en voetbal zijn twee verschillende dingen. Er is mij nooit verteld: ‘Jij bent een moslim, je mag niet voetballen’.” Een hoofddoek dragen vind ik niet handig als ik profvoetballer wil worden, dan moet je bijvoorbeeld ook een legging aan. Maar dat word ik pas als ik er klaar voor ben. Daar laten mijn ouders me helemaal vrij in, we zijn een modern Marokkaans gezin. Mijn ouders doen alles voor mijn voetbal. Ze leggen mijn spullen klaar, zorgen dat er op tijd eten is. Bij wedstrijden komt iedereen kijken: mijn opa, oma, moeder, vader en zus. Iedereen vindt dat ik er helemaal voor moet gaan.”

‘ALLES WAT JE IN NEDERLAND PAKKEN KAN, HEB IK GEPAKT’

Naam Bouchra Moudou, 30 jaar Positie aanvaller Club Zuidoost United, Dames 1 (eredivisie) “Ik was op mijn negentiende de eerste allochtone vrouw in het betaald voet-bal, bij AZ. We hebben UEFA Cup gespeeld en zijn drie keer landskampioen geworden. Ik heb één seizoen bij een profclub in Noorwegen gespeeld, maar daar was niks te beleven. Daarna heb ik bij ADO Den Haag gespeeld in de Champions League. En we hebben de beker binnengehaald. Alles wat je in Nederland pakken kan, heb ik gepakt. Op mijn zesentwintigste ben ik gestopt. Er kwamen veel jonge meiden bij, ik wilde niet weer opnieuw beginnen. Je kunt er ook niet van leven. Ik dacht het voorbij was, maar ik werd gevraagd voor het Marokkaanse zaalvoetbalteam. We hebben drie weken in Colombia gezeten voor het WK. We kwamen niet ver, maar het was fantastisch. In Nederland wordt vrouwenvoetbal niet zo serieus genomen. De Noorse club betaalde een normaal salaris en Marokko geeft wedstrijdpremies, maar hier heb ik er altijd bij moeten werken. De clubs willen er geen geld aan uitgeven. Het jaarlijkse Ramadantoernooi in Abu Dabi heeft een prijzenpakket van twaalfduizend euro, daar kan het dus wel.

Vrouwenteams uit landen als Koeweit, Palestina en Soedan doen daaraan mee: voetbal is helemaal geen taboe voor vrouwen in islamitische landen. Het leeft er juist heel erg. Toen ik als kind voetbalde op het Timorplein was ik ook niet de enige Marokkaanse. Eén meisje had een strenge vader, maar werd gesteund door haar moeder. Ze gooide haar voetbaltas uit het raam en ging dan stiekem naar de club. Dat was niet het geloof maar de cultuur. Moslims moeten goed zorgen voor hun lichaam en hun geest. Sporten is juist goed. Dat Marokkaanse meisjes voetballen, wordt hoe langer hoe gewoner gevonden. De meiden van nu worden ook steeds zelfverzekerder. Dus als ze willen voetballen dan doen ze dat toch wel.”

‘IK WAS WEL GOED, WANT IK WERD ALTIJD GEKOZEN’

Naam Hafsa Khalil, 10 jaar Positie centraal middenvelder Club FC Abcoude, MO11-1 “Inmiddels zit ik een jaar op voetbal. Ik ging altijd mee naar de training van mijn broer, dat vond ik heel interessant. Ik voetbalde ook vaak op school, vooral met de jongens. Blijkbaar was ik wel goed, want ik werd altijd gekozen. Iemand vertelde dat er een meisjesteam was bij SV De Meteoor in Noord. Daar woonden we toen nog. Ik ging een keer kijken met mijn moeder en voor ik het wist zat ik op voetbal. Mijn vader en moeder vonden dat heel leuk. Meisjes uit mijn klas zeiden: ‘Is voetbal wel iets voor meisjes?’ Ja, zeker. Het is voor jongens én meisjes, net als alle andere sporten. Net als tennis – daar zat ik eerst op. Het is wel zo dat jongens anders voetballen, ze hebben meer ‘ego’. Ik ken niemand die zegt dat meisjes niet op voetbal mogen. Dat ik op voetbal zit, is ook niet nieuw. Papa speelde vroeger bij Wydad in Casablanca, dat is een heel goede club in Marokko. En toen ik een keer een nichtje van mijn moeder zag voetballen, wist ik zeker dat ik dat ook wilde. Zij speelt op hoog niveau bij een meidenclub in Barcelona. Mijn moeder zat vroeger op kickboksen. We zijn net verhuisd naar Zuidoost en nu speel ik bij Abcoude. Ik zit in het team bij een meisje dat hier in de buurt woont en bij mij op school zit. Dat is ook leuk.”

2016-09-16-photo-00001834

Bewaren

Share.