Het seizoen zit erop. Het eerste van ASV Lebo is uitgespeeld. Verslaggever Maarten Bax kijkt met voorzitter Ronald van Teeffelen terug op een bewogen jaar, maar blikt ook vooruit naar de toekomst.

Wat is jouw algemene impressie van het afgelopen seizoen?

“Dat is in ieder geval dat we een te smalle selectie hadden. De teleurstelling was al dat de spits die we aangetrokken hadden (Jaouad Essanoussi) niet acht weken, maar acht maanden geschorst was. Dat was een verrassing. Zijn schorsing was eerst teruggedraaid, maar uiteindelijk weer teruggedraaid naar zijn oorspronkelijke straf. Dat kostte ons natuurlijk een hoop doelpunten. Hij heeft nooit kunnen spelen. Op het moment dat hij beschikbaar was, had hij zo’n conditionele achterstand, dat het niet meer in te halen was.

Zaïd (El Morabiti) en Omar (Tissoudali) hebben bovenmatig gepresteerd. De twee oudsten waren echt top. Zaïd is clubtopscoorder geworden en Omar was nummer twee. Sommige jongens waar we iets meer van verwacht hadden, hebben echt een vlak seizoen gehad. Die zijn tegen het einde van de competitie pas op stoom geraakt, maar ja, toen waren de prijzen al verdeeld. We hebben het echt in de twee thuiswedstrijden tegen Groene Ster en Tigers Roermond laten liggen. Mijns inziens hadden die twee nederlagen voorkomen kunnen worden, maar tijdens deze twee wedstrijden was de ploeg niet zichzelf. Daar hebben we zes punten laten liggen, waardoor we steeds tegen een achterstand op de top vier moesten aankijken.”

Zou mee hebben gespeeld dat al in vroegtijdig stadium bekend werd dat Calvin (Blankendal) er als coach mee zou stoppen?  

“Ik ga er vanuit dat je als voetballer altijd wil winnen. In de twee aangehaalde thuiswedstrijden was de ploeg gewoon onherkenbaar. De twee wedstrijden ervoor hadden we tegen Futsal Apeldoorn – ondanks een gelijkspel – heel goed gespeeld. Overigens was ook was nederlaag in de openingswedstrijd van het seizoen, bij Roermond uit, onnodig.”

Verwijt je jezelf iets, bijvoorbeeld dat de selectie niet breed genoeg was?

“Nee, zeker niet. Kijk, we lopen niet met een zak geld rond om spelers te halen. We hadden in het begin van het seizoen gewoon vertrouwen in deze selectie. Zoals gezegd, was de tegenvaller het niet meekunnen spelen van onze nieuwe spits. En ja, sommige jonge jongens kunnen het wel brengen en andere jonge jongens laten het natuurlijk wel eens liggen. Het positieve element van het hele gebeuren, is dat er drie talenten doorgebroken zijn: Saber ben Khalou, Rashad Madi en Hamza Benali. Dat zijn jongens die weer kunnen aansluiten komend seizoen. En dat moet ook de kracht van Lebo zijn. Elke keer weer talenten naar boven kunnen laten drijven, al heeft Zaïd heel veel connecties in ‘het wereldje’. Veel van die jongens willen ook onder hem voetballen. En vergeet niet datYoussef Makrou weer teruggekomen is. Toch een ervaren kracht, die in het Nederlands team speelt.

Een andere  meester voor de klas… Zaïd (El Morabiti) die coach wordt…

“Ja, dat is wel eens verfrissend. Calvin (Blankendal, MB) heeft het vijf jaar gedaan. Uitstekend gepresteerd, met als hoogtepunt het kampioenschap van Nederland. Voor sommige jongens is het wellicht prettig om eens een ander toontje te horen.”

Wat wordt de functie van Calvin?

 “Nou, hij gaat in ieder geval structuur aanbrengen in het jeugd- en dameszaalvoetbal. Het zal zich de komende maanden gaan uitkristalliseren. Hij blijft in ieder geval intensief aan de club verbonden. Ik hoop eigenlijk dat hij een bestuursfunctie wil. En nee, hij zal niet meer op de bank of in de kleedkamer komen. Hoogstens om ze eens te feliciteren of succes te wensen.”

Wat is het plan voor de komende jaren met ASV Lebo?

“Onze doelstellingen hebben we indertijd geformuleerd, en we hebben eigenlijk ook alles bereikt wat we wilden.Zo zijn we Nederlands kampioen geworden. We proberen elk jaar de organisatie van de vereniging te verbeteren. We hebben reuzestappen gemaakt. Nu zal het met kleine stapjes gaan. Het gaat erom dat je een goed netwerk hebt van vrijwilligers. We proberen elk jaar weer nieuwe sponsors binnen te halen. Op voetbalgebied willen we structureel in het linker rijtje staan en het liefst elk jaar de play-offs halen. Om een titel te halen moet ook echt alles kloppen. En dan ligt het er natuurlijk ook aan hoe het bij de concurrentie gaat. Er zijn clubs die meer budget hebben en de beste spelers binnenhalen. Futsal Apeldoorn trekt her en der aan allerlei spelers. Maar je hebt ook Hovocubo, Marlène, Eindhoven… Onze kracht is het helpen op maatschappelijk gebied, huisvesting, et cetera. En daarnaast krijgen ze een kleine onkostenvergoeding. Degene die daarvoor wil komen, is van harte welkom.”

Maar Zaïd wil graag een stap maken. Hij is superambitieus en heeft bijvoorbeeld aangegeven liefst elke dag te trainen…

“Dat willen we zeker faciliteren. Oefenen, oefenen, oefenen is bij zaalvoetbal het plaatje. Kijk, het zaalvoetbal heeft pas echt toekomst als de BVO’s (Betaald Voetbal Organisaties, MB) het gaan omarmen. Dat ze er ook geld in gaan steken. Stel dat Ajax denkt van ‘we worden toch een omnivereniging’ en we willen het zaalvoetbal erbij hebben, dan ben ik de eerste die zegt van ga lekker met ons in zee. Dan is het zaalvoetbal waar het moet zijn.”

Hoe zit dat sowieso met het zaalvoetbal in Nederland?

“Voetbal-tv is de optie om het hele zaalvoetbal zichtbaar te maken. Dat er slimme camera’s opgehangen gaan worden. We hebben nu één pilot gehad, maar er moet nog wel wat aan gesleuteld worden. De camera’s moeten slimmer worden. Maar het gaat allemaal stapje voor stapje. De play-offs en de bekerfinale zijn al wel uitgezonden. Vanuit de KNVB is er het afgelopen seizoen wel een budget beschikbaar gesteld, iets meer dan het jaar ervoor. Dit om de boel draaiende te houden. Maar ook de verenigingen moeten vooruit willen. Niet alleen met spelers, maar ook qua organisatie. Het is wachten tot de BVO’s ons aantrekkelijk gaan vinden. FC Eindhoven en, sinds één seizoen, Feyenoord Futsal zijn de voorbeelden.

Maar hoe moeten we Zuid-Europese toestanden met veel publiek en aandacht in de pers gaan krijgen?

“Belangrijkste is denk ik dat het Nederlands team beter gaat spelen, resultaten gaan behalen. Dan zal het zich als een olievlek verspreiden. Eigenlijk net zoals bij het damesvoetbal. Dan zien sponsors er brood in. Volgens mij maken we stappen met het Nederlands team, dus wat dat betreft…Er is hoop.”